Selecteer een pagina

Ik heb eens een artikel gelezen waarin de tussen-e in spreektaal werd besproken. Er werd gesuggereerd dat het heel Nederlands is om een tussenklank in een woord te proppen: ‘mellek’ in plaats van ‘melk’, ‘werrek’ in plaats van ‘werk’, ‘marukt’ in plaats van ‘markt’, ‘hellup’ in plaats van ‘help’, etc. Andere talen kennen dit verschijnsel niet. Deze extra tussenklank blijkt een naam te hebben: de svarabhaktivocaal. Er is zelfs een wetenschappelijke studie uitgevoerd naar dit fenomeen.

Volgens deze studie is de svarabhaktivocaal regiogebonden. In de provincies Friesland, Groningen en Drenthe worden er bijna geen tussenklanken gebruikt en in Limburg, Overijssel en de Achterhoek komt dit verschijnsel in mindere mate voor. In de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Noord-Brabant en Zeeland wordt de tussenklank wel veel gebruikt. Een leuk voorbeeld hiervan is Tijmen van Deijl’s imitatie van de Noord-Hollandse Britt Dekker in De Wereld Draait Door. Hieruit blijkt dat Britt’s taalgebruik vol zit met svarabhaktivocalen.

De svarabhaktivocaal kan niet bij elk woord gebruikt worden. Volgens Onze Taal kan dat alleen “in lettergrepen die eindigen op twee medeklinkers waarvan de eerste de l of de r is; de tweede mag geen t- of s-klank zijn: [werruk], [dorrup], [halluf], [hellup], maar [hals] (niet [hallus]), [held] (niet [hellud]), [milt] (niet [millut]).”

Dat de svarabhaktivocaal veel gebruikt wordt, staat vast. Waarschijnlijk maken we ons er allemaal wel schuldig aan. Maar is het gebruik van die verschrikkelijk lelijke tussen-e eigenlijk correct? Ja, zegt Onze Taal. Hoewel het niet door iedereen wordt gewaardeerd mag de svarabhaktivocaal worden gebruikt in informeel taalgebruik. Bij formeel taalgebruik is het echter uit den boze.

Dit interessante fenomeen komt overigens ook in de geschreven taal voor: zowel ‘ongelofelijk’ als ‘ongelooflijk’ is correct Nederlands, volgens Taaladvies. Sterker nog, in de meeste bijvoeglijk naamwoorden is alleen de vorm met tussen-e correct: ‘Na een lange klinker of een tweeklank, zijn beide vormen mogelijk, bijvoorbeeld ongelofelijk/ongelooflijk, gerief(e)lijk, vergefelijk/vergeeflijk, lief(e)lijk, slafelijk/slaaflijk, lijf(e)lijk, onbeschrijf(e)lijk. In andere gevallen wordt vrijwel altijd de tussenklank-e– ingevoegd, bijvoorbeeld erfelijk, verderfelijk, (on)sterfelijk, stoffelijk, boetstraffelijk.’

Als ik bij het schrijven de keuze heb tussen wel of geen tussen-e kies ik altijd voor geen tussen-e, simpelweg omdat ik dat mooier vind staan. Vanaf nu zal ik ook gaan letten op mijn taalgebruik, want als ik kan kiezen tussen formeel taalgebruik of klinken als Britt Dekker, dan is de keuze snel gemaakt.

werrek Hellup