Selecteer een pagina

Dialecten

Natuurlijk spreekt niet iedereen in Nederland ABN, en dat zou ook maar saai zijn. Hoe heerlijk sommige dialecten ook klinken, soms kunnen ze verwarrend zijn, omdat ze een woord zo uitspreken dat het een ander woord is. Voorbeelden zijn bloeden/bloeien, liggen/leggen en kennen/kunnen. In context: ‘Die wond was enorm aan het bloeien’. Oh ja, joh? Ik dacht dat alleen bloemen en planten bloeien. Of deze: ‘Ik ga even op de bank leggen.’ Wat ga je dan op de bank leggen? Je bent het lijdend voorwerp van de zin vergeten! Deze vind ik ook leuk: ‘Ik kon hem niet’. Je kon hem niet wat? Je kon hem niet… zien, aanraken, bereiken? Ook hier mist een gedeelte van de zin. Maar nee, hier wordt bedoeld: Ik kende hem niet.

Rotterdams

Een speciale vermelding waard: de Rotterdamse –t bij de eerste persoonsvorm (de ik-vorm). Ik doet, ik loopt,  ik slaapt. Hoewel ik het Rotterdams accent heel grappig vind, vind ik deze constructie niet zo charmant, omdat hij simpelweg fout is.

In de war met uitspraken

Wat ook vaak voorkomt, is het foutief gebruik van taalconstructies. Vaak worden er twee door elkaar gehaald. Een vaak gehoorde is ‘dat kost niet duur’. Hier zijn er twee correcte opties: ‘het kost niet veel’ of ‘het is niet duur’. Maar iets kan niet duur kosten. Verder schijnen veel mensen zich ‘ergens aan te irriteren’. Ook dit is een samenstelling van twee andere constructies: iets irriteert je en je ergert je aan iets. Maar je kunt je niet aan iets irriteren.

Doen

Waar deze constructie vandaan komt, ben ik nog niet achter, maar een constructie die ik verschrikkelijk vind, is die met ‘doen’: ‘ik doe even tandenpoetsen.’ ‘Ik doe even douchen’ (of zoals veel mensen zeggen: ‘doezen’). ‘Ik doe even iets eten.’ Nee! Je gaat even tandenpoetsen, douchen of iets eten. Of je doucht, eet of bent je tanden aan het poetsen. ‘Doen’ is hier een overbodig hulpwerkwoord. Hier geldt dan ook: less is more.

Spreekwoorden

Vaak gebruiken mensen spreekwoorden foutief. Let er maar eens op bij het tv-kijken. Dit vind ik vaak erg grappig, omdat mensen denken dat ze indruk maken, maar juist het tegenovergestelde bereiken. Ik ben niet onder de indruk als mensen zeggen:

  • Hij zal wel een keer tegen de mand lopen
  • Daar kraait geen hond naar
  • Je kon een speld in een hooiberg horen vallen
  •  Ik zou niet graag naast zijn schoenen willen lopen
  • We moeten niet te hoog van de toren springen


Engelse ziekte

De invloed van de Engelse taal op het Nederlands wordt steeds groter. Dit is vooral terug te zien in het overmatig gebruik van spaties in het Nederlands naar Engels voorbeeld. Woorden als huurauto (rental car), vakantiehuis (holiday home) en marktonderzoek (market research) zijn slechts enkele woorden die in het Nederlands aan elkaar worden geschreven, maar in het Engels niet. Echter, we zien dat deze constructies van twee zelfstandig naamwoorden die eigenlijk aan elkaar geschreven horen te worden in het Nederlands, net zoals in het Engels vaak los worden geschreven. Dit noemen we de Engelse ziekte. Hopelijk genezen we hier allemaal van.

Ook uit het Engels overgewaaid is de constructie met meest/most: meest belangrijk (most important), meest mooie (most beautiful), etc. In het Nederlands is dit uiteraard ‘belangrijkste’ en ‘mooiste’. Voor de meeste woorden geldt de standaard overtreffende trap: klein, kleiner, kleinst. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, bijvoorbeeld oranje, meer oranje, meest oranje. En dan heb je nog woorden die veranderen in de overtreffende trap, zoals goed, beter best. Maar veruit de meeste woorden krijgen –st bij de hoogste vorm van de overtreffende trap.

 

duur ziet